In de tweede helft van de 18e eeuw werden er in de omgeving van het dorp Katwijk door de SCHERESLIEPERS uit Utrecht tenten opgeslagen.
Deze mensen kwamen tijdens de zomertijd tijdelijk in Katwijk wonen. Om hun brood te verdienen slepen ze scharen en messen. Vandaar ook de naam SCHERESLIEPERS.
In deze tijd woonden er nog maar weinig mensen in het dorp Katwijk. Dit kwam doordat de Maas in deze tijd niet bedijkt was en dit gedeelte in wintertijd onder water kwam te staan.
Ieder jaar in de zomertijd kwamen de SCHERESLIEPERS vanuit de omgeving Utrecht weer naar KATWIJK. Tegen de tijd dat Katwijk weer onder water kwam te staan trokken ze verder de provincie Brabant & Limburg in om daar met het slijpen van scharen en messen hun brood te verdienen.
Toen in 1879 de spoorlijn werd aangelegd, werd ook de dijk opgehoogd. Hierdoor was er in de winter minder gevaar voor hoog water.
Doordat er minder overstromingen waren kwamen er ook meer mensen in Katwijk wonen en in 1881 werd de parochie H. Martinus in Katwijk opgericht.
Vanaf het moment dat er meer mensen in Katwijk kwamen wonen zijn de SCHERESLIEPERS weer langzaam uit het dorp Katwijk vertrokken naar andere plaatsen.
De naam de SCHERESLIEPERS is bedacht door Stef Fijneman voor de carnavalsvereniging te Katwijk.